Translate

dinsdag 6 september 2016

Tien soorten fietsers

Het wordt drukker en drukker op het fietspad, maar dé fietser bestaat niet. Het Parool maakte, kort door de bocht, een eigen indeling. Informatief en leuk!


1. De Fietsforens
Stuurs sturen ze hun opvallend onopvallende fietsen over de kortste weg van huis naar werk of andersom. 's Ochtends zonder, 's avonds mét boodschappentassen aan het stuur. Gehaast ook, want de Fietsforens is hoe dan ook altijd eigenlijk nét te laat. Het fietspad is te druk, zegt ie. En die fietsfiles, dáár moet de gemeente eens wat aan doen. Maar de fiets is natuurlijk wel ideaal. Beter in elk geval dan dat geëmmer in trams en bussen. Fietsen dus. Oortjes in, want het werk kan altijd bellen. En elk stoplicht verschijnt de mobiele telefoon uit de binnenzak. Is er nog mail, wie appte daar nou net?

2. De Peddelaar
Fietst zijn eigen tempo. Rustig aan. En nog rustiger. Net zolang tot hij stilstaat. Want we moeten al genoeg, moet je dan onderweg ook al aan het jakkeren zijn? Even qualitytimen. Bewust genieten. Bewust veilig ook. Maar onbewust hinderlijk voor fietsers die geen tijd hebben voor al dat gelummel op het fietspad. Wil je hem inhalen? Bellen heeft nauwelijks zin. Hij wacht. Draait zijn hoofd. Draait het terug. Hij wacht. En dan, uiteindelijk, maakt hij een beetje ruimte. Als je langs fietst: "Rustig maar hoor." Amsterdamse fietsers peddelen collectief: vijftien kilometer per uur vinden ze wel goed. In Kopenhagen trappen ze zo maar twintig kilometer weg in dezelfde tijd.

3. De Sport Billy
Versnellingen. Handremmen. Lycra. Niets mis mee. Op zich. Maar in de stad is dit wat je noemt 'het gevaarlijke type'. Omdat iedereen hier volgens hen zo. Langzaam. Fietst. Natuurlijk (zie: De Peddelaar). Maar ook omdat hun gemiddelde boven de dertig moet blijven. En omdat ze op Strava bijhouden wie het hardst achter het CS langs kan scheuren. Vanwege hun snelheid kijken ze naar verder, maar vergeten vaak dat op de eerstkomende kruising het gewone volk niet zo hyperalert is als zij. Dus zie je ze regelmatig gaan, over van die onhandige medeweggebruikers. Weer een fiets van duizenden euro's naar de schroothoop.

4. De Valsspeler
Zie ze fietsen, met hun trapondersteuning. Der dagen zat, maar toch op het gemak dertig in het uur. Oneerlijk is het. Vals spelen. Op hun als fiets vermomde brommertje. Peddelen, maar toch snelheid houden. Altijd met het gezicht in de plooi, veinzend op een zelftrapfiets te rijden. Niet dat iemand daarin trapt natuurlijk. De Sport Billy, gefrustreerd over veel, reageert bokkig, moet verbeten zijn best doen om in te halen én voor te blijven. Volgens de industrie slaat de elektrische fiets ook 'enorm aan' bij jongere doelgroepen, maar dat is marketing. De Valsspeler is oud. Hoewel zelden zo oud dat je denkt: jij, pardon u, zou nu echt een e-bike moeten hebben.

5. De Huurfietser
Het Grote Kwaad, de rode lap voor ons stieren. Toeristen stoppen midden op een druk fietspad om een foto te maken. Selfiestick en alles. Hoe vaker hoe beter. Toeristen zijn namelijk Op Vakantie. En als je Op Vakantie bent, denk je kennelijk dat iedereen Op Vakantie is. Ze zwalken op hun huurfietsen. Ze kijken steeds maar om zich heen, naar al die toeristische dingen. Ook zo irritant: dan bel je dat je ze inhaalt en dan bellen ze terug. Alle 23. Lachen! Terwijl de fietsende toerist natuurlijk zelf belachelijk is. Met zijn helmpje op, snakkend naar schijnveiligheid. Fietsetiquette? ¿Que? Grootste geheim van de fietstoerist trouwens: stiekem fietsen ze eigenlijk helemaal zo belabberd niet als iedereen zegt.

6. De Horizontalist
Voor ligfietsers geldt: hoe korter de afstand tussen achterwerk en asfalt, hoe hoger verheven je je mag voelen boven ons, fietsstumpers. Het ergst is 'de sigaar', het dichte exemplaar, voor ultieme aerodynamiek. De Porsche onder de ligfietsen. Vinden ze zelf. Moet gezegd: ze rijden te hard, je ziet ze over het hoofd en je schrikt je elke keer rot als ze langs schieten. Daarbij: de ligfietser lacht nooit, de ligfietser is onderweg. Er is een tijd voor kletspraatjes en er is een tijd voor fietsen. Dus. Fietsen, in een ingewikkelde houding, Maar dat zie je aan die koppen dan weer niet af. Laatst 'fietste' er een Horizontalist over de Dam, bonkend en krakend: je had er bijna medelijden mee gekregen. Bijna.

7. De Benevelde Fietser

Zijn er ook fietsers die een taxi bellen als de kroeg sluit? Die de barman meldt: ik laat mijn fietssleutel hier, want dit is echt niet meer verantwoord? Een korte rondgang rond mensen met horeca-ervaring leert dat die mensen er niet zijn. Hoe lam ook, de fietser fietst naar huis. Terwijl diezelfde fietser daar als automobilist geen seconde over zou piekeren. Fietsen met drank op: het mag niet. Afgelopen week kregen kersverse studenten het ook weer voorgelicht. Maar niemand die gevolg geeft aan die halfzachte oproep. Fietsen en alcohol zijn een onschuldige combinatie, klinkt het. En inderdaad: meestal loopt het goed af. Meestal.

8. De Hipsterfietser
Hipsters en fietsen lijken bijna voor elkaar gemaakt. Niet zo heel stoer, soms een beetje wuft. Fietsen is een lifestyle, een overtuiging. En daar hoort kleding bij. Retrokleding, daar hangt het fietsen toch al van aan elkaar. De Hipsterfietser heeft hem hangen in de kast: die veel te dure wollen trui, die Eddy Merckx in de jaren zeventig al droeg. Opnieuw gebreid, net een tikje te klein. Gebogen over het stuur van zijn fonkelende fixie pedaleert hij naar het bedrijfsverzamelgebouw aan de randen van de stad. Een Raleighpetje bedekt zijn kale plek, een skinny jeans bedekt zijn bilspleet net niet voldoende. En voor de onderscheidende Hipsterfietser: het chopperzadel. Cool!

9. De Naast-elkaarfietser
Niets zo ergerlijk als van die mensen die, druk of niet, stug naast elkaar blijven fietsen. Dat de meeste Amsterdamse binnenstadfietspaden aanmerkelijk smaller zijn dan de richtlijnen adviseren, neemt de Naast-elkaarfietser voor kennisgeving aan. Want fietsen doe je samen, toch? Fietsen is hand in hand, is samen de dag doornemen. Is met je klasgenootjes in rijen van twee veels te langzaam door de Jodenbreestraat trappen. Ook niet onbekend: bakfietsmensen die naast elkaar fietsen. Natuurlijk, ze gáán wel opzij, de Naast-elkaarfietsers zijn echt de beroerdste niet. Maar het gaat zo vaak met zo veel misbaar, het kost hun zo veel moeite.

10. Dr. Jekyll en Mr. Hyde
Daar zijn er veel van in Amsterdam. Keurige types. Hogeropgeleid, goede baan. Beschaafd, met al zijn (já, Jekyll/Hyde is een man) boeken en zijn museumbezoekjes. Maar zet Jekyll op een fiets en hij verandert in Hyde. Bot op zijn minst, grof als je pech hebt. Je hoeft als automobilist maar het geringste teken van onzekerheid te tonen of ze hebben je waar ze je hebben willen. Voor je het weet heb je een woedende vuist op je dak. Voetgangers idem dito: dat ze uit hun doppen moeten kijken, gevolgd door nog allerlei grofs. Wat bezielt die redelijke mensen om bij het minst of geringste hun middelvinger op te steken? De fiets maakt niet in iedereen het mooiste los.

Link
* Het artikel met de prachtige tekeningen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Geef uw reactie! Alle reacties worden na een beoordeling geplaatst.