Een te klein deel van de kosten van een t-shirt gaat naar het loon van de makers. Dat wordt mooi uitgebeeld in onderstaande foto.
Meer informatie:
* CNV-Internationaal
Een te klein deel van de kosten van een t-shirt gaat naar het loon van de makers. Dat wordt mooi uitgebeeld in onderstaande foto.
Mijn tennismaat en ik gaan sinds kort weer met regelmaat naar fitness. We nemen vlakbij de sportschool de kortste wandelweg, dus via een korte strook oftewel 'paadje' tussen de stoep en het parkeervak. Vóór corona was het een mooi kaal pad, maar nu is het bijna volledig bedekt met graspollen. Zie onderstaande foto.
Afstekertje
Laten we eerst Wikipedia eens raadplegen. 'Een olifantenpad of olifantenpaadje (Frans: chemin de l’âne, Engels: desire line of desire path, Duits: Trampelpfad) soms ook wel afstekertje genoemd is een niet-officieel fiets- of wandelpad dat bedoeld en onbedoeld door gebruikers van de reguliere fiets- en wandelpaden in de loop van de tijd wordt gecreëerd. Meestal ontstaat een dergelijk pad in een stuk groen, om zo een stuk van de officiële route af te kunnen snijden.
Route afsnijden
Olifantenpaden ontstaan doordat meerdere wandelaars of fietsers afzonderlijk van elkaar op dezelfde manier een route kiezen, die de officiële route afsnijdt. Wanneer zich eenmaal een zichtbaar spoor heeft gevormd, volgen meer mensen het spoor en ontstaat er een pad. Slechts vijftien wandelaars of fietsers zijn al genoeg om zo'n beginnend spoor te vormen. Het blijkt dat olifantenpaden vooral voorkomen wanneer gebruikers hun bestemming in zicht krijgen. Verder zijn olifantenpaden nooit langer dan de officiële route.
Slecht begaanbaar
Waar een olifantenpad het gemak van de mens dient, doet het bewandelen van een geitenpaadje dat juist niet. Een geitenpaadje is een smal, voor mensen slecht begaanbaar of gevaarlijk pad waarover geiten gewoon zijn te lopen. Geitenpaadjes hebben een tijdelijk karakter of zijn niet altijd herkenbaar als pad. Zo kan hoogstaand gras zijn platgetreden, maar het is niet uitgesleten zoals bij een olifantenpad het geval is. Metaforisch wordt het begrip gebruikt voor een niet ideaal alternatief om uit een politieke impasse te komen".
Rutte
Maar Ton den Boon wijst er in een artikel in Trouw op, dat het allemaal niet zo simpel is. "Een geitenpaadje is eigenlijk een 'smal, voor mensen slecht begaanbaar pad waarover geiten gewoon zijn te lopen' (Van Dale), maar sinds Mark Rutte er in verband met het Oekraïense hoofdpijndossier naarstig naar op zoek is, heeft het woord ook een figuurlijke betekenis: informeel onderhandelingstraject om een (politiek) probleem op te lossen.
Engels: goat track
Waarschijnlijk heeft de premier zich laten inspireren door het Engels, waarin met woorden als goat track (geitenpad) en goat trail (idem) vaak een smal paadje wordt aangeduid, dat spontaan is ontstaan doordat wandelaars ergens steevast een kortere weg genomen of een bocht afgesneden hebben. Een binnendoortje heet zo'n pad vaak in het Nederlands, een shortcut, of ook wel een olifantenpaadje. Naar de paden die (bos)olifanten banen als ze door de jungle lopen.
In het Engels wordt goat track soms nog wat 'figuurlijker' gebruikt in de betekenis 'route waarlangs iets bereikt of bewerkstelligd wordt'. Zo noemde iemand zijn baan ooit een 'goat track towards politics'.
Slingerpaden
Zulke ongebaande wegen die bewandeld worden om iets te bereiken, heten bij ons van oudsher slingerpaden ('de slingerpaden van de politiek') of sluipwegen. Maar omdat die beide woorden makkelijk worden geassocieerd met heimelijkheid en achterkamertjespolitiek, zal Rutte ze niet geschikt hebben gevonden ter aanduiding van het onderhandelingstraject naar de oplossing van zijn Oekraïne-probleem. Vandaar het woord geitenpaadje, dat de premier in 2014 ook al eens gebruikte, maar dat nu zo vaak in het nieuws is, dat het al haast vertrouwd klinkt".
Geitenpaadje of olifantenpaadje?
Is ons dichtbegroeide pad naar de sportschool nu een geitenpaadje of een olifantenpaadje? Mijn antwoord is simpel: het was voorheen duidelijk een olifantenpad, maar is door de coronatijd - de sportschool was maanden lang dicht! - nu een geitenpad geworden. Als wij genoeg naar de sportschool gaan en anderen mét ons wordt het vanzelf weer een olifantenpad!
Trouw-cartoonist Tom Janssen is eergisteren winnaar geworden van de European Cartoon Award, de prijs voor de beste spotprent over politieke ontwikkelingen in en rond Europa. Hij wint de prijs voor onderstaande cartoon EU en Wit-Rusland (Belarus), gepubliceerd in dagblad Trouw.
U ziet een standbeeld van Alexander Lukashenko, de president van Belarus. De prent beeldt op treffende wijze de scepsis uit over de maatregelen van de EU tegen Lukaschenko.
Dictator
De 67-jarige president wordt ook wel 'de laatste dictator van Europa' genoemd. Hij is sinds juli 1994 aan de macht in Belarus en werd meerdere malen met grote meerderheid van stemmen herkozen.
Volgens de oppositie is Lukashenko door te frauderen met de verkiezingen aan de macht kunnen blijven. Sinds hij op 9 augustus 2020 de presidentsverkiezingen won, wordt er in de voormalige Sovjetrepubliek regelmatig gedemonstreerd tegen de president.
287 prenten
In totaal werden er 287 prenten ingestuurd, ingediend door cartoonisten uit 28 verschillende landen.
Ik ben een fervent verslinder van politieke (auto-)biografieën. Ze geven je vaak een heel andere en zeer verrassende kijk op historische politieke gebeurtenissen en personen. Ik heb inmiddels de - vaak dikke - boeken verslonden over het leven van - in willekeurige volgorde - Joop den Uyl, Bernard Bot, Jan Terlouw, Wim Meijer, Ruud Lubbers, Maarten van Traa, Sharon Gesthuizen, Herman Wijffels, Femke Halsema, Max van der Stoel, Abraham Kuyper, Huub Oosterhuis en Hans Wiegel.
Recent kwam daar de biografie over Barend Biesheuvel ('Mooie Barend') bij. Ik had er eerlijk gezegd niet zo'n zin in, want Barend sprak mij iets minder aan. Maar een vriend drong aan en gaf het mij ter lezing te leen. Hij had volstrekt gelijk: een prachtig boek van Wilfred Scholten, dat ik met spanning gelezen heb. En ik leerde er uit, dat de ARP en met name Barend Biesheuvel aan de wieg heeft gestaan van de langdurige aandacht voor hulp aan de arme landen bij de samenstelling van de jaarlijkse regeringsbegrotingen.
Ongehoord voorstel
Het is verleidelijk om hier uit deze mooie biografie uitvoerig te citeren, maar ik doe het toch, zij het zeer beknopt De cruciale toespraak van Biesheuvel werd op het AR-convent in Amsterdam op 12 november 1960 gehouden en had als titel 'Wereld in wording en nood'. Aanleiding was een reis, die hij als CBTB-voorzitter door India had gemaakt. Het maakte een diepe indruk op hem en had grote impact. 'Het bedrijven van christelijke politiek houdt niet op bij onze landsgrenzen.' (..) 'Daarom stel ik om mijn gehoor niet al te zeer te laten schrikken het maar vragenderwijs. Zouden wij niet eens dienen te overwegen een afzonderlijke belasting in de voeren waarvan de opbrengst wordt bestemd om de nood in de achtergebleven gebieden te helpen lenigen?'
Het was een ongehoord voorstel in die tijd, toen in de politiek belastingverlaging een populair onderwerp was.
Plan Biesheuvel
Als uitwerking van zijn toespraak kwam hij met het 'Plan Biesheuvel'. De Nederlandse ontwikkelingshulp zou 1 procent van het nationale inkomen moeten bedragen, eventueel te betalen uit een speciale belasting. 'Veel bijval kreeg hij vanuit het CNV en de ARJOS', zo vermeldt de biografie.
Actueel
Inmiddels is deze oproep van Biesheuvel weer hoogst actueel. In de Nederlandse politieke geschiedenis na Biesheuvel was lang het percentage van het Netto Nationaal Inkomen (NNI) en/of het BNP (Bruto Nationale Product) bestemd voor de armere landen in de wereld, een belangrijk politiek onderwerp. Maar hoewel ons land de laatste jaren steeds rijker werd hebben de laatste achtereenvolgende regeringen (van VVD, PvdA, CDA, D66 en ChristenUnie) dit percentage toch steeds verlaagd. 'Zo rijk zijn en daarvan steeds minder willen delen is een schandvlek op onze beschaving. Maar het lijkt niemand wat te kunnen schelen – zelfs de linkse oppositie roert zich niet', schreef KlaasJan Baas in september 2019 al en we citeerden hem daarom in deze rubriek Leuk en Informatief. Inderdaad, niet leuk, maar wel informatief!
Vurig te hopen
Het is vurig te hopen, dat bij de vorming van de komende nieuwe regering het budget voor ontwikkelingssamenwerking weer de aandacht krijgt, die het verdient, en wordt verhoogd. 'Wij in het Westen hebben het in meerderheid goed; onze broeder in de ontwikkelingslanden lijdt gebrek; wij mogen daar geen genoegen mee nemen, om Christus wil niet', aldus Barend Biesheuvel in 1960.
Gisteren zag ik in onze tuin een Vlaamse Gaai. Althans, ik dacht, dat het een Vlaamse Gaai was. Hij zag er zo uit en had een eikel in zijn bek. Maar toen ik op mijn handige app Tuinvogels (van Vogelbescherming Nederland) dat nog even wilde controleren kwam ik de naam niet tegen.
Wel de naam Gaai, die verder aan alle voorwaarden van mijn vogel voldeed. "Een stevige forse vogel met een vrij lange staart en korte snavel. Wat het meest opvalt zijn de hemelsblauwe, zwart gestreepte vlekken op zijn vleugels. Eet graag pinda's in de tuin. De Gaai is een echte eikelverzamelaar. In het najaar hamstert en verstopt hij eikels in de grond."
Een echte Vlaamse Gaai?
Maar was mijn vogel nu geen Vlaamse Gaai? Mijn verwarring was groot. Dus maar eens Wikipedia geraadpleegd. Dat gaf helderheid. "De gaai (Garrulus glandarius), ook wel 'Vlaamse gaai', 'schreeuwekster', 'Spaanse ekster', 'hannebroek' of 'meerkol' genoemd, is een opvallend gekleurde kraaiachtige. De wetenschappelijke naam van de soort werd als Corvus glandarius in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus".
Krassende eikelzoeker
"De eik is afhankelijk van de gaai voor het verspreiden van eikels: de gaai vervoert ze in zijn keel en tussen zijn snavel naar plaatsen met een zachte ondergrond, waarna hij ze in de aarde duwt. Zo legt hij een wintervoorraad aan. Hij vergeet alleen een aantal plekjes. Wat hij niet terugvindt, kan uitgroeien tot een nieuwe eik. Om deze reden wordt de gaai ook wel 'de grootste bosbouwer' genoemd. De Duitse naam voor de gaai (Eichelhäher) typeert het gedrag. De wetenschappelijke naam Garrulus glandarius valt vrij te vertalen als voortdurend krassende eikelzoeker."
Vlaams?
Hoe men aan de naam Vlaamse Gaai gekomen is? Dat blijkt niet geheel helder. "Voor de oorsprong van Vlaamse in Vlaamse gaai bestaan meerdere theorieën. Een mogelijke verklaring is dat het Franse gai flammant, de gaai met de flamende kleuren, verbasterd werd tot Vlaamse gaai. Een andere mogelijkheid is dat de naam komt van "in het Vlaams gaai" omdat de vogel in Wallonië eerder een naam, "gay", zou hebben gekregen dan in Vlaanderen. Helder?
Waarom is het Vlaamse verdwenen?
Maar blijft de vraag, waarom de Vlaamse Gaai nu bij de Vogelbescherming niet meer bekend is. En alleen de naam Gaai. De website Roots geeft opheldering. "In 1999 stelde de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna als officiële naam ‘gaai’ vast voor de soort Garrulus glandarius. “Maar veel mensen blijven hem toch Vlaamse gaai noemen, omdat gaai te kaal in de oren klinkt”, legt Roots-redacteur Paul Böhre uit.
Met andere woorden: echte ornithologen noemen de Vlaamse Gaai nu Gaai. Ik ben dus geen echte ornitholoog. Waarvan acte.
Bekijk
* Vogel Gespot, Vlaamse Gaai.Veluwe
In de vuurtoren Kijkduin in Den Helder, ook wel Lange Jaap genoemd, zitten grote scheuren. Dat bleek vorige week. De vrees is dat de 144 jaar oude vuurtoren daardoor omvalt. In Nederland staan meer oude vuurtorens. Die zijn niet allemaal meer in gebruik.
Meer dan 50
In Nederland staan nog meer dan 50 vuurtorens overeind. Daarvan zijn ruim 20 torens niet meer in gebruik. De overige vuurtorens zijn dat wel. Rijkswaterstaat beheert de meeste van die torens.
Casper van Meurs werkt bij Rijkswaterstaat. Hij zegt dat veel vuurtorens jaren geleden al gedoofd zijn. Het gaat bijvoorbeeld om torens die op plekken stonden, waar ze niet meer nodig waren. Zoals langs het IJsselmeer, dat ontstond na het afsluiten van de Zuiderzee. Ook veel kleine vuurtorens zijn overbodig geraakt.
Toch zijn er de laatste jaren geen vuurtorens meer gesloten. Dat is omdat de bakens nog altijd een functie hebben, legt Van Meurs uit. Langs heel de westkust en op de Waddeneilanden staan nog actieve vuurtorens.
Bij uitval
Wel zijn de torens minder belangrijk dan vroeger. Schepen gebruiken radar en gps om hun locatie te bepalen. Normaal hebben de boten de vuurtorens dus niet meer nodig. Tot op het moment dat de radar van een schip een keer uitvalt. Dan komen vuurtorens nog altijd goed van pas. Ook in deze tijd.
Waar zijn vuurtorens voor bedoeld?
- Het licht van een vuurtoren laat schepen zien waar het land is.
- Elke vuurtoren knippert anders. Hierdoor kunnen schepen de verschillende torens herkennen.
- Vroeger brandde boven in de toren een echt vuur. Nu is dit een grote lamp met lenzen en spiegels.
- Veel vuurtorens zijn rood, wit of rood-wit. Deze kleuren zijn het beste zichtbaar vanaf zee.
De vuurtoren is meer dan een lamp
Lang geleden klommen vuurtorenwachters elke dag omhoog om de lamp aan en uit te zetten. Dat hoeft allang niet meer, lacht Van Meurs. Ook in de vuurtoren gaat alles automatisch. De lamp floept aan als het donker is en gaat uit zodra de zon weer opkomt.
Toch werken in sommige vuurtorens nog mensen. Niet om de lamp te bedienen, maar om het verkeer op zee in de gaten te houden. De Brandaris op Terschelling, de oudste nog werkende vuurtoren van Nederland, is hiervan een bekend voorbeeld. Op vuurtorens staan vaak ook antennes. Verder kunnen vuurtorens nog van nut zijn voor de pleziervaart.
Gezichtsbepalend
Sommige vuurtorens zijn monumenten. Dat betekent dat de torens bij een verbouwing hun oude vorm moeten behouden. Vaak zijn ze ook gezichtsbepalend voor een streek of dorp. Een mooi voorbeeld hiervan is de vuurtoren bij Breskens, de oudste nog bestaande gietijzeren vuurtoren van Nederland (zie foto hierboven). De toren, officieel sectorlicht Nieuwesluis geheten, werd gebouwd in 1866-1867. In 2011 werd de vuurtoren buiten gebruik gesteld. Afbraak dreigde. Maar dankzij de inzet van de Stichting Vuurtoren Breskens is het rijksmonument gerenoveerd en voor het grote publiek opengesteld.
Linken
* Zijn vuurtorens nog wel van nut?
* Recente fotoreportage van Petrus Nelissen over het strand bij de vuurtoren van Breskens (11 september 2021)
* Recente fotoreportage van Petrus Nelissen over het vissersdorp Breskens (12 september 2021)
Sinds de eerste Nederlandse tv-uitzending op 2 oktober 1951 zijn er nogal wat bijnamen ontstaan voor het toestel dat al snel in vrijwel elk huishouden te vinden was. Aanvankelijk bestond dat tv-toestel uit een elektronenstraalbuis in een (houten) kastje, dat – als het een apparaat van Philips betrof – zowel vertrouwelijk als oneerbiedig ‘het hondenhok’ werd genoemd.
Het magische oog
Toch zijn er ook bijnamen voor tv-toestellen in onbruik geraakt. Wie heeft het nog over ‘het magische oog’ of ‘het blauwe oog’ als hij de tv bedoelt? Met dat ‘oog’ werd trouwens de beeldbuis bedoeld, die in duistere ruimtes soms een blauwachtig schijnsel verspreidde.
Personages
De opkomst van de tv heeft onze woordenschat niet alleen wat bijnamen voor het toestel opgeleverd, maar vooral veel vaktermen, die vaak ook in de omgangstaal zijn terechtgekomen, zoals bekende Nederlander, kijkersvraag, ontbijtshow en het wondermooie woord streelmeisje (‘meisje dat in een televisieprogramma over de te winnen prijzen streelt’). Inmiddels houden meer dan duizend taalvormen in de Dikke Van Dale verband met de tv. De leukste zijn wat mij betreft gebaseerd op personages uit tv-series wier eigennaam als soortnaam een tweede leven heeft gekregen in de taal van alledag, zoals bromsnor (synoniem van een norse agent), juffrouw Jannie (koffiejuffrouw) en mien dobbelsteen (interieurverzorgster).
Bron:
* Column van Ton den Boon in de rubriek Taal van het dagblad Trouw: 70 jaar televisie trok onuitwisbare sporen in onze woordenschat
Hierna enkele - heel verschillende - reacties op de nieuwe fase in de formatie van een nieuw kabinet Rutte 4:
Ik bestelde eens een salade waar plots gebakken spekjes in bleken te zitten. Nou eet ik geen vlees, dus stuurde ik m terug. Na heel lang wachten kwam er een nieuwe salade. Het bleek de oude salade waar iemand lukraak wat spekjes had uitgevist.
Zie hier een nieuw kabinet Rutte.
Tweet van Rianne Meijer. Doet de tekstredactie van het blad LINDA.
====================
Ongeveer een kwart van de 15-plussers gebruikt thuis het meest een andere voertaal dan het Nederlands. Daarbij kan het gaan om een dialect, om een regionale taal als Fries, Limburgs en Nedersaksisch, of om een andere taal, zoals Engels, Pools of Turks.
149 talen en dialecten
Het is de eerste keer sinds 1998 dat over dit onderwerp een nationaal onderzoek is gehouden dat is gebaseerd op een representatieve steekproef. De deelnemers gaven antwoord op de vraag: ‘Welke taal of welk dialect wordt bij u thuis het meest gesproken?’. Daarbij konden ze kiezen uit een lijst met 111 talen en dialecten. Bovendien konden ze een taal of dialect toevoegen als die niet op de lijst voorkwamen. In totaal werden 149 talen en dialecten vermeld.
Het onderzoek is uitgevoerd door Leonie Cornips (Meertens Instituut, NL-Lab en Universiteit Maastricht) en Hans Schmeets (CBS, Universiteit Maastricht).
Voordelen
Overigens: dialect spreken heeft voordelen. Zo publiceerden we al eerder!
Link
* De uitgebreide resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd als artikel in de reeks Statistische Trends: Talen en dialecten in Nederland – Wat spreken we thuis en wat schrijven we op sociale media?
Lees vooral ook:
* Dialect spreken heeft voordelen!